Terug naar hoofdinhoud

Sprang-Capelle

i. Capelle Labbegatse haven

Hoek Labbegatsevaartweg / Winterdijk 17

De Labbegatse haven is de uitloper van de Vrijhoevensevaart, ontstaan vanwege de activiteiten van de familie Oerlemans.
Op zeker moment is er sprake van een houthandel, hooiperserijen en een hulzenfabriek. De verschillende bedrijven streden om de rechten voor de haven! Toen de haven niet meer in gebruik was is het gedeelte in de polder gedicht. De aansluiting op het oude maasje was niet langer meer nodig.
Zie ook tekst op de afdekplaat bij sluis!
De gebouwen van de houthandel worden nog steeds gebruikt. De ruïne, schuin tegenover de vroegere houthandel, is de hulzenfabriek. De hooiperserij is gesloopt.

Villa's Oerlemans
De familie Oerlemans deed goede zaken met hun bedrijven op Labbegat. Dit stelde hen in staat vlakbij hun bedrijven aan de Hogevaart prachtige villa’s te bouwen vanaf ca 1890 tot circa 1938 in diverse stijlen:
Villa Welgelegen op nummer 82, Villa Sonnevanck op nummer 84 en Villa Casa Blanco op nummer 96.

ii. Huis (kasteel) Zuidewijn

Hogevaart 60

Het oorspronkelijke kasteel stond noordelijker, maar is in 1421 bij de St. Elisabethsvloed verloren gegaan.
Op deze plaats stond een “steenen camer” en daar verhuisden de bewoners naartoe. En de naam  "Zuidewijn” verhuisde mee. Het oudste deel is het vooruitspringende middenstuk uit de 15e eeuw. Haaks daarop een linkerzijvleugel uit einde 16e eeuw, voorzien van een trapgevel.
In de 17e eeuw werd de rechtervleugel toegevoegd met verdere uitbreidingen in de 18e eeuw.
De huidige kozijnen zijn van 1763.

Na een huwelijk kwam de familie De Roy (rond 1800) door overerving in het bezit van het kasteel. De familie staat bekent als De Roy van Zuidewijn.

iii. Capelle Hoofdstraat 52

In het trottoir ter hoogte van nummer 52 is een plaquette opgenomen van het voormalige gemeentehuis van Capelle.
Het oude gemeentehuis uit 1880 werd in 1944 getroffen door een V1 en volledig verwoest. Het huis dat er nu staat is gebouwd op de volledige fundering van het oude gemeentehuis. 

Capelle heeft nog steeds een haven, maar dit is meer een jachthaven dan een handelshaven. Ook de voormalige binnenhaven is opnieuw uitgegraven.
Rondom deze binnenhaven staan aan de Schoolstraat een villa op nr. 24 en een woonhuis met kantoor op nr 20-21.
Aan de Wendelnesseweg-oost staat ook een herenhuis “Rijken” op nr. 106.
In de Hoofdstraat staat de NH kerk op nr. 25, een villa op nr. 61 en een herenhuis met leerlooierij op nr. 68-70.

iv. Molen Dye Sprancke

Oudestraat 86 Sprang

Dye Sprancke is een gesloten standaardmolen, is gedekt met dakleer en heeft een vlucht van 26 meter.
De oorspronkelijke molen uit 1747 brandde op 4 april 1855 af en toen werd de huidige molen uit Vrijhoeve-Capelle ter vervanging aangekocht.
De molen werd in zijn geheel, zonder wieken, verplaatst op boomstammen en getrokken door paarden. Een sterk staaltje voor die tijd!
De bovenas, die bij de herbouw is gebruikt, is in 1854  gemaakt bij NBSM Feyenoord (zie jaartal op de as in het kruis).

In 1958 is de molen aangekocht door de gemeente Sprang-Capelle en is sindsdien diverse malen gerestaureerd en is maalvaardig.

v. NH kerk Sprang

Kerkstraat 34-36 Rijksmonument

Kruiskerk met westtoren in laatgotische stijl, gemetseld met rode handvorm stenen. De kerk bestaat uit een driezijdig gesloten koor uit ca. 1400, een driezijdig gesloten zuidelijk dwarspand uit het midden van de 15e eeuw, een driebeukig schip met drie oostelijke traveeën uit ca. 1400 en drie westelijke traveeën, hoger en breder, evenals de toren uit het eind van de 15e eeuw.
Bij de aansluiting van koor en noordtransept bevindt zich een vroeg 16e-eeuwse sacristie. De toren , waarvan de in 1612 ingestorte zuidwesthoek pas in 1911 werd gerestaureerd, heeft overhoekse steunberen en is rijk met natuursteen versierd over 4 geledingen.

Deze kerk is te bezoeken.

vi. Woonhuis Sprang

Kerkstraat 6 Rijksmonument

Het L-vormig woonhuis staat op de hoek Kerkstraat - Jan de Rooijstraat. Het woonhuis is opgetrokken met handvorm bakstenen en stamt uit de 17e eeuw. Dit is het oudste huis van Sprang-Capelle.

Het metselwerk in de rechter voorgevel is voorzien van korfbogen en de 2 zesruitsramen zelfs van uitgekraagde geprofileerde korfbogen. De voordeur heeft panelen en stamt uit 1920. De schilddaken zijn gedekt met riet, evenals de dakkapel in de zijgevel.

Waalwijk

a. Grotestraat 152 - Koetshuis

Rijksmonument

Rond 1825 bouwt Antonie Witlox op deze plek een leerlooierij. Met ca. 10 kuipen is dat dan een van de grootste in de stad. In 1843 heeft hij 24 mensen in dienst en is hij, zoals vaker voorkomt, ook schoenmaker en leertouwer.

Zijn zoon Cornelis en later zijn kleinzoon Henri bouwen de looierij verder uit, de laatste maal in 1892 als Henri opdracht geeft voor het bouwen van een nieuwe looierij met schors- en droogzolder met koetshuis en stalling. De looierij telt in dat jaar 50 kuipen en is dan nog steeds een van de grotere leerlooierijen in Waalwijk.

Het is de tijd waarin de looierijen langzaam overschakelen van het gebruik van eikenschors als looimiddel naar het gebruik van andere looimiddelen en stoommachines. Samen met looier Van Iersel bouwt Witlox in 1899 aan de Burg.v.d.Klokkenlaan een gloednieuwe leerfabriek die bekend zou worden als Stoomlederfabriek Van Iersel-Witlox.

In 1917 is vervolgens de looierij op deze locatie aan de Grotestraat gesloopt. De eerder inpandige remise en paardenstal, zoals het koetshuis dan genoemd wordt, zijn blijven staan en in 1918 gerestaureerd.

In 1959 koopt het Nederland Leder en Schoenenmuseum het herenhuis Grotestraat 148, de gemeente wordt dan eigenaar van het koetshuis en een gedeelte van de tuin. Het perceel doet vervolgens een aantal jaren dienst als kwekerij/tuingrond voor de gemeente.

Als tegen 1986 de brandweergarage achter het raadhuis moet wijken voor de uitbreiding van het raadhuis, wordt de toegangsdeur van het koetshuis vervangen door een Kropholler-deur uit die garage. Het pand wordt later aan een particulier verkocht, verandert een aantal malen van eigenaar en is begin deze eeuw gerestaureerd. In 2002 is het pand ingeschreven in het rijksmonumentenregister.

b. Grotestraat 163

‘Het kleine raadhuis’

Bijna een eeuw lang (1926-2018) wordt het pand dat tot voor kort op deze locatie stond bewoond door de bekende schildersfamilie Hens. De vierde generatie heeft er een lijstenmakerij gevoerd. Achter de drie damwoningen in de zogenoemde Wellsteeg die zich naast de woning bevindt, laat Willem Hens in 1931 een nieuwe werkplaats met een ‘electrische lakinrichting’ bouwen. In de loop der jaren neemt Hens ook de damwoningen in gebruik als werkplaats voor het schildersbedrijf.

In 1941 is de hoofdwoning aan de Grotestraat voorzien van een nieuwe voorgevel, waardoor deze sterk doet denken aan het voormalige raadhuis op het Raadhuisplein, te meer daar op de gevel ook nog een schild wordt aangebracht met het in eigen atelier vervaardigde wapen van de gemeente Waalwijk.

Aan de damwoningen in de Wellsteeg is min of meer het arbeidershuisje aan de Winterdijk 15 vastgebouwd. Deze dijkwoning – inmiddels ook in het bezit van Hens - is in 2010 aangewezen als gemeentelijk monument.

In 2016 blijkt dat Hens de aanvankelijke plannen voor het behoud van de panden moet laten varen omdat restauratie te kostbaar is. Uiteindelijk wordt besloten de panden Winterdijk 15 en Grotestraat 163 te slopen en op het perceel acht nieuwe woningen te bouwen.

De plannen worden in 2024 uitgevoerd en een replica van de zo kenmerkende gevel van het voormalige pand Grotestraat 163 is in de nieuwbouw opgenomen.

c. Grotestraat 157

Gemeentelijk monument
Oorspronkelijk woonhuis, sinds 1935 winkel-woonhuis

In 1903 koopt Aloys Verbunt, gehuwd met de Waalwijkse koopmans- en kasteleinsdochter Jacqueline van Overbeek (haar familie baatte eeuwenlang herberg het Scheepje uit) van de Joodse koopman Isidoor van Leeuwen het huis met pakhuis dat voorheen eeuwenlang op deze plek staat. Hij laat de opstallen slopen en bouwt er het huidige pand.

Verbunt, een nazaat van de bekende Tilburgse wijnkopers, is in Waalwijk jarenlang lid van de gemeenteraad, lid van de Kamer van Koophandel en oprichter van de Fa. Verbunt-van Overbeek - handel in koloniale waren met diverse filialen. Aloys is ook assuradeur en agent van het Franse bureau Société d’Auteurs, Compositeurs et Editeurs de Musique te Parijs, een organisatie die zich bezighoudt met auteursrechten.

Na Verbunts overlijden in 1921 komt het pand in handen van Lucia van den Dungen, de echtgenote van Herman Schohaus. Herman heeft zich in 1913 in Waalwijk aan de Grotestraat 129 gevestigd als horlogemaker en winkelier in uurwerken, goud en zilver. De familie woont aanvankelijk ook op dit adres.

In 1932 doet Herman de zaak over aan J. Tausch. Die verhuist later naar Grotestraat 231 en vindt in de jaren 80 een opvolger in Franc Cortenbach.

Wanneer de familie Schohaus precies verhuisd is naar het pand Grotestraat 157 is niet bekend, maar in 1935 wordt de woning verbouwd tot winkel-woonhuis en openen de dochters Louise en Maria er een juwelierswinkel, die maar liefst 60 jaar zal blijven bestaan.

De zaak wordt na het overlijden van Louise in 1995 opgeheven.

Het pand wordt momenteel gerestaureerd.

d. Grotestraat 21

Rijksmonument

In 1837 brandt de eeuwenoude molen van de heren en vrouwen van Besoijen, op het ten westen van dit pand gelegen perceel, tot de grond toe af. In 1843 wordt aan de Besoijensche Steeg (nu Besoyensestraat) een nieuwe molen met molenhuis gebouwd. Die molen is in 1925 gesloopt.

Schoenmaker/koopman Antonie Hurkmans koopt in 1839 het oude molenhuis aan de Grotestraat en laat het slopen. Twintig jaar later wordt op het perceel een nieuwe woning gebouwd, die Hurkmans in 1875 verkoopt aan schoenmaker Cornelis Adriaanse.

Een jaar later bouwt deze Adriaanse achter het huis een schoenfabriek, een van de eerste machinale schoenfabrieken in de omgeving. Het gebouw is tot 1912 als zodanig in gebruik gebleven en heeft tot in de jaren 80 van de 20e eeuw dienst gedaan als onderkomen voor machinefabrieken, die voornamelijk produceren voor de schoen- en lederindustrie.

Na een korte periode gediend te hebben als woning voor de ‘brievengaarder’ die er tevens postkantoor houdt, wordt het pand omstreeks 1920 weer directeurswoning voor de achterliggende fabriek.

In 2015 brandt het dubbele voorhuis volledig af, waarna het door eigenaar/architect Marina Moons in authentieke stijl hersteld is.

e. Meerdijk 3

Bedreigd erfgoed

De witte noodwoning dateert van net na de Tweede Wereldoorlog. Samen met een groot aantal andere woningen werden deze Maycrete-woningen vanuit Engeland opgebouwd in vooral Gelderland, Noord-Brabant en Zeeland. De naam is afgeleid van de architect Bernard Maybeck en het bouwmateriaal concrete (beton). Er stonden direct na de oorlog 8 van deze woningen aan de Korte Driessen (een tijdelijke straat op de plek waar begin jaren 50 het Willem van Oranjecollege is gebouwd) en 28 aan het zuideinde van de Doctor Ringersstraat. Eén van deze woningen staat nu nog aan de Meerdijk. In enkele gemeenten hebben deze woningen een monumentale status. In Waalwijk jammer genoeg niet, maar dit type woning verdient het om tot in lengte van jaren met respect bewaard te blijven.

f. Grotestraat 286

Gemeentelijk monument

Bij de grote stadsbrand van 1824 gaat ook de zeventiende-eeuwse woning op dit adres – sinds 1792 bewoond door de familie Van Dongen - verloren.

Wilhelmina van Dongen-Proveniers, weduwe van de in 1822 overleden landbouwer Peter van Dongen, en haar zoon Laurens laten korte tijd later op dezelfde plek een nieuwe boerderij bouwen. Die boerderij staat er nog steeds, wordt tegenwoordig herenhuis genoemd en is bij velen beter bekend als ‘het huis met de koeienkop.’

In 1842 verkoopt Wilhelmina haar boerderij aan leerlooier Hubertus Philippus van Roermund. Hij laat in de tuin een looierij bouwen. Mogelijk heeft híj dus de ‘koeienkop’ aan de gevel laten bevestigen en de gegoten ijzeren vulling voor de voordeur (waarin ook een ‘koeienkop’ zichtbaar is) laten vervaardigen.

In 1846 gaat het al mis met de looierij en verkoopt Van Roermund huis en looierij aan leerlooier Norbertus Gragtmans. Na Norbertus looien ook nog zijn zonen Cornelis en Jacobus alsmede zijn schoonzoon P.J. van Loon op deze locatie.

Het bedrijfsgebouw op het erf van de dan voormalige looierij doet vanaf het begin van de twintigste eeuw dienst als schoenfabriek van onder meer Bernard van der Heijden, de weduwe Bergmans-Korthout (later schoenfabriek Nederland), H.J. van Bladel en de firma Hendriks. In 1981 wordt de inmiddels enkele malen uitgebreide schoenfabriek verbouwd tot buurthuis De Amstel. Het buurthuis wordt in 2010 gesloten en is in 2021 gesloopt om plaats te maken voor Thuis de Amstel, een woonvoorziening voor jongvolwassenen.

In 2024-2025 is de buitenzijde van de woning gerestaureerd door de tegenwoordige eigenaren Fred en Mimi Heller. Benjamin Grootswagers uit Sprang-Capelle heeft de koeienkop in volle glorie hersteld.

Waspik

1. ’t Vaartje 42

In 1874 start Petrus Klazen zijn eigen looierij, die hij tegen het dwars op de weg staande huis aanbouwt. Twee zonen van Petrus zetten de looierij voort tot in de jaren dertig van de vorige eeuw. Daarna verliest het pand de functie van looierij.

Het huis en de looierij zijn dwars langs de weg gezet, omdat de plaats waar de hijsinstallatie was goed bereikbaar moest zijn vanwege de aan- en afvoer van de huiden.
Zoals hier aan een dijk gelegen, kon dat het beste door de looierij met de zijgevel langs de straatkant te zetten. Ter hoogte van dit huis is de waterkeringmuur nog zeer goed intact.

2. ’t Vaartje 19

Het in het midden van de 19e eeuw gebouwde huis wordt, na aankoop in 1922 door de familie Schaapsmeerders, het begin van de NV. Schoenfabriek Schaapsmeerders en in 1962 de Schoenfabriek Derby, toen al sinds een aantal jaren in handen van de familie Brokx.
De grote en vele ramen in het voormalige fabriekspand zorgden voor voldoende licht tijdens het maken van schoenen en laarzen.

Het woonhuis is een éénlaags huis van het Langstraatse type met een zadeldak tussen tuitgevels met trapbekroning en een makelaar. De fabrieksruimte heeft al meerdere doelen gediend, o.a. als opslagruimte.

3. Kerkvaartsestraat en Havendijk

Direct achter de huidige huizen aan de oostelijke kant van de Havendijk ligt sinds de tweede helft van de vijftiende eeuw de Kerkvaartse Haven. Als na de Sint Elisabethsvloed van 1421 het weggevaagde dorpje Waspik enkele honderden meters zuidelijker wordt opgebouwd, is er behoefte aan een betrouwbare aansluiting op de doorgaande vaarwegen. De Winterdijk, nu ’t Vaartje, die na de Elisabethsvloed wordt aangelegd sluit aan op de huidige Havendijk, toen ‘des polders sijdijck’ genoemd. Mogelijk is de oostelijke dijk van de haven ook toen aangelegd, zodat er een haven ontstaat die uitmondt in wat we nu het Oude Maasje noemen.

Waspik ontwikkelt zich tot schippersdorp. Naast het vervoer over water naar Hollandse steden ontstaan er scheepswerfactiviteiten. De grootste scheepswerf is van Ruijtenberg. Tot rond 1950 wonen er in hoofdzaak mensen die op een of andere manier aan de haven en op de scheepswerf hun brood verdienen.

Na de gefaseerde demping van de haven resteert sinds 1969 (de aanleg van de Maasroute) nog een klein deel, nu jachthaven De Langstraat. De gerestaureerde huizen geven een mooi beeld van de vroegere Havendijk. Alle huizen staan met de achterkant naar de haven. Karakteristiek zijn nog de slangentoren van de voormalige brandweerkazerne en de reclame van broodbakkerij en kruidenierswarenwinkel Boom.

4. Havendijk en wiel

Vanaf Havendijk nummer 52 ligt aan de linkerkant een parkje. Daar ligt tot vijfenzeventig jaar geleden een wiel, als stille getuige van een doorbraak, die de dreiging van het water wel erg voelbaar maakte.
Rond een deel van het parkje is een damwand geslagen die de dijk versterkt en de waterhuishouding voor de huizen in de omgeving verbetert.

5. Veerstraat

De Veerstraat is een lintbebouwde straat aan de voet van de Havendijk. De weg is genoemd naar het pontveer dat mogelijk al vanaf de zestiende eeuw tot 1978 over het Oude Maasje naar Overdiep ging.

Op de kop van de Veerstraat wordt druk gewerkt aan de bouw van een nieuw appartementencomplex. Op deze plaats staat tot de sloop in 2025 het café d’Ouwe Haven. Geen monumentaal pand maar wel immaterieel erfgoed voor vele Waspikkers die daar, individueel of in verenigingsverband, hun drankje hebben gedronken.

6. Raadhuisstraat (4 huisnummers)

Raadhuisstraat 2
Aan de kop van de Kerkvaartse Haven staat in 1850 het woonhuis van notaris Pieter van der Meer. Een voor die tijd groot huis schuur, erf en hof (waarin zich 'water tot vermaak' bevindt), en een boomgaard.
Na aankoop van de villa in 1878 door Willem de Roon wordt de woning geheel vernieuwd. Ook de tuin – ter grootte van het huidige park - wordt opnieuw aangelegd. Na het vertrek van de familie van Roon in 1933 wordt het huis, na kort te hebben gediend als winkelwoonhuis, aangekocht door de gemeente Waspik en verbouwd tot nieuw gemeentehuis.
Na de gemeentelijke herindeling in 1997 verliest het gebouw zijn bestuurlijke functie en krijgt het de naam ‘Het Oude Raadhuis'.

Raadhuisstraat 15
De bouwvalligheid van het eerste raadhuisje van Waspik leidt in 1875 tot de bouw en ingebruikname van een nieuw raadhuis. Het gebouw biedt op de eerste verdieping plaats aan gemeentelijke kantoren, de raadszaal en de burgemeesterskamer. De mooie dubbele trap aan de voorzijde – helaas bij een eerdere verbouwing verdwenen - geeft toegang tot het raadhuis en geeft het gebouw een deftige uitstraling. Het enige dat rest is het hardstenen bordes dat nu als stoep voor de voordeur ligt. De deur die zich onder de trap bevond, was de ingang van 'het cachot' waar overtreders van de wet werden opgesloten. Een bijzonder detail in de voorgevel is het iets vooruit gebouwde middengedeelte, bekroond met een timpaan, een driehoekige versiering.

Raadhuisstraat 13
Dit gelijksoortige huis als nummer 15 is in 1876 gebouwd als onderwijzerswoning met daarachter de nieuwe school. Het is een tweelaags herenhuis met schilddak, voorzien van stucwerklijsten met afgeronde bovenhoeken. De ramen hebben een lijstversiering bekroond door een kuif en glas-in-lood bovenlichten boven de ramen op de begane grond. Voor deze woning ligt nog een authentieke stoep van terrazzowerk: stukjes natuursteen die in mozaïekpatroon in cement zijn gelegd.
In 1905 wordt dit pand in gebruik genomen als ambtswoning voor de Waspikse burgemeesters die het tot de gemeentelijke herindeling van 1997 hebben bewoond. . De burgemeesters Dekkers, Couwenberg, Welling, Jansen en Oord hebben dit herenhuis bewoont.
Na een grondige restauratie rond 2010 wordt het pand particulier bewoond.

Bij behoefte aan een kop koffie en iets lekkers kunt u gebruik maken van twee horecavestigingen. In het voormalige pand van de Rabobank aan de Raadhuisstraat 8 is brasserie ‘Bij 8’ gevestigd. Op de hoek van de Raadhuisstraat en Kerkstraat vindt u op nummer 10 ‘Roos Borrel en Keuken’.

Raadhuisstraat 10
De leerlooier Govert Teunen laat rond 1839 dit pand bouwen waarin rond 1888 door zijn kleinzoon Jan Teunen een café wordt gevestigd, bekend onder de naam ‘De Ploeg’. In 1925 gaat het pand over in handen van Harrie van Iersel, dan voortaan Hotel Van Iersel genoemd.
Het gebouw wordt uitgebreid met een zaal en in de tuin een muziekkiosk. Naast het hotel-café begint Harrie van Iersel eind jaren twintig ook een wijnhandel.
Het hotel-café is in de jaren zestig in andere handen overgegaan. De kiosk en de hotelfunctie zijn verleden tijd. Gelukkig is dit mooie pand met zijn blokpleisterwerk en de pilonen op de dakkapel in het centrum van het dorp door de jaren heen behouden gebleven. Iets van de oude sfeer is nog voelbaar bij ‘Roos Borrel en Keuken’, zoals het nu heet.

Dorpsplein – links en rechts van het Dorpsplein staat twee kerken.

7. Nederlands hervormde kerk

Deze laatgotische kruiskerk is het oudste nog bestaande gebouw van Waspik, daterend uit 1450. Dit van oorsprong katholieke godshuis wordt aan het begin van de zestiende eeuw door de protestanten overgenomen. Hoewel veel kerken rond 1800 terug worden gegeven aan de katholieken, gebeurt dat niet in Waspik. In 1809 wijst Lodewijk Napoleon de kerk definitief toe aan de protestante geloofsgemeenschap. De katholieke parochianen blijven tot 1841 gebruik maken van de schuurkerk. In dat jaar wordt de nieuwe Bartholomeuskerk ingewijd.

De Nederlands Hervormde kerk is een laatgotische kruiskerk met een klein klokkentorentje op de kruising. Het dak dat op twee plaatsen aan de noordzijde onderbroken wordt door dakkapelletjes, heeft een bedekking van leien. De bakstenen steunberen hebben natuurstenen hoekblokken en banden. De kerk is voorzien van glas-in-lood spitsboogramen waarvan die in het koor nog de oorspronkelijke stenen kozijnen hebben. Het vroegere koorgedeelte van de kerk is na de Reformatie door een wand gescheiden van de rest van het gebouw en in die ruimte zijn de consistoriekamer en een bovenzaal ondergebracht. Het kerkgebouw heeft houten tongewelven. Het pronkstuk van de kerk is een prachtig orgel, in 1767 in Culemborg vervaardigd door Matthias de Crane. De houten orgelkast is fraai beschilderd en bevat mooi houtsnijwerk evenals de in rococostijl uitgevoerde preekstoel.

Heel bijzonder zijn de rouwborden die zich in de kerk bevinden en herinneren aan Maria Emonds, vrouwe van Groot-Waspik, en aan haar echtgenoot en haar zoon Adrianus en Franciscus Cousebant. Ook van de vrouw van de zoon, Maria van Alckemade, hangt hier een rouwbord. Smeedijzeren draaihekken geven toegang tot het kerkhof, waar zich nog monumentale grafkelders en grafzerken bevinden, onder andere van de familie De Roon en enkele oorlogsgraven.

8. Bartholomeuskerk

Dit monumentaal kerkgebouw dateert van 1841, maar de parochie is uiteraard veel ouder.

Al in 1257 is er sprake van een parochie Waspich en Capella. Omdat de kerk is gebouwd onder toezicht van het Ministerie van Waterstaat, wordt deze kerk een Waterstaatskerk genoemd.
De kerkbanken worden vervaardigd door de Waspikse timmerman Adriaan de Zeeuw. Het hoofdaltaar en de omlijsting daarvan is houtsnijwerk dat beschilderd is als marmer. Het prachtige Loretorgel is afkomstig uit Mechelen. De doopvont en het doophek zijn geplaatst in 1883.
In 1952 laat pastoor Rovers het interieur van de kerk, dat mede als gevolg van oorlogsschade aan een opknapbeurt toe was, geheel restaureren. De ramen worden vervangen door prachtige gebrandschilderde glas-in-loodramen en Rovers maakt zelf een ontwerp voor nieuwe kerkbanken. De beelden die tot dan tegen de pilaren hangen, verhuizen naar de muren. Ook de uit hout gesneden kruisweg en de nieuwe Kerstgroep uit het atelier van Charles Vos zijn een initiatief van zijn hand.

In de jaren tachtig is het hele interieur van de kerk geschilderd door een groep vrijwilligers onder de naam actie ‘Witkwast’. Het exterieur van de kerk met de zuilen voor de voorgevel en een driehoekige tympaan daarboven is kenmerkend voor een Waterstaatskerk. De Latijnse tekst op de gevel betekent: ‘Dit is het huis van de Heer.’ De beelden in de voorgevel zijn afbeeldingen van de patroonheilige van deze kerk, de apostel Bartholomeus, die onder meer ook de patroon van de leerlooiers is. Aan de andere zijde staat de heilige Barbara, ondermeer patrones van de architecten en de ingenieurs.

9. Carmelietenstraat 23-25-27-29

In de Carmelietenstraat in Waspik-Boven staan vier traditionele boerderijen uit het begin van de 19e eeuw op een stuk land dat ‘De Hooght’ heet. Vier boerderijen, ver van de weg af, op een lijn naast elkaar met in het midden een ‘oprijlaan’. De boerderijen staan op een zandhoogte van ongeveer een meter boven het maaiveld. Die zandrug loopt van Kaatsheuvel naar het noordwesten via Waspik-Boven naar Raamsdonk.

10. Carmelietenstraat Theresiakerk en Klooster Paters Ongeschoeide Carmelieten

Gezien de behoefte aan een eigen katholieke kerk in Waspik-Boven besluit pastoor Huybers in 1921 geld in te zamelen voor de bouw van een nieuwe kerk ‘Te Boven’. Ondertussen zijn de paters Carmelieten op zoek naar een nieuwe vestigingsplaats voor een klooster met kerk en vinden daarvoor grond in Waspik-Boven. De kerk wordt een zogenoemde rectoraatskerk die niet alle bevoegdheden van een parochiekerk krijgt.
Architect J. Donders ontwerpt een gebouw met neogotische stijlkenmerken. De kerk is driebeukig. Binnen overheersen de bakstenen en vallen de lichte gewelfbogen op, evenals enkele gebrandschilderde ramen. De kerk heeft een samengesteld zadeldak. Inspringend is het voorfront met twee achthoekige torens die spits toelopen.
Tussen klooster en kerk staat een slanke vierkante klokkentoren met uurwerk en achtkantige spits.
Het klooster heeft drie bouwlagen met zolderverdieping en souterrain en het heeft een mansardedak. De ingangspartij ligt onder een zadeldak met spitsboog en heeft een frontale trap.

Pas in 1962 krijgt de kerk de volledige status van parochiekerk. De kerk is in 2012 aan de eredienst onttrokken. Kerk en klooster krijgen nu een zorg- en woonfunctie.

Deze fietstocht is mogelijk gemaakt door de 3 heemkundeverenigingen van Sprang-Capelle, Waalwijk en Waspik.

© 2026  Alle rechten voorbehouden.